Draai je tablet om verder te gaan.

7 Naar de dokter?

Innemen met een glas water

1 Doe de taak

Informatie over medicijnen begrijpen

1

Lees de tekst.

 

Een recept voor mevrouw Yilmaz

 

Mevrouw Yilmaz slaapt slecht.

Ze heeft twee kleine kinderen.

Ze woont alleen met haar kinderen, want haar man is overleden.

Dat is soms moeilijk. Ze heeft stress.

Ze werkt veel en ze heeft niet genoeg tijd voor haar gezin.

Ze heeft soms ook zorgen over geld.

Ze maakt een afspraak met de huisarts.

De dokter luistert naar haar.

Hij geeft haar advies.
Hij zegt: “Praat over uw problemen. Dat kan met een specialist. Goed slapen is belangrijk.”

De dokter geeft haar ook een recept voor slaappillen.

Mevrouw Yilmaz kan de medicijnen bij de apotheek halen.

 

thema 7-taak 4-1-H-100�

2

Lees de vragen. Zoek het antwoord in de tekst van opdracht 1.

 

1. Wat is het adres van de apotheek?

 

2. Hoe heet het medicijn voor mevrouw Yilmaz?

 

3. Wat is haar geboortedatum?

 

4. Hoeveel tabletten zitten in het doosje?

 

5. Hoeveel keer per dag moet mevrouw Yilmaz het medicijn nemen?

 

6. Hoeveel tabletten mag ze per dag nemen?

 

7. Wanneer moet ze de tabletten innemen?

 



3

Werk samen. Praat over opdracht 2.

Praat over je antwoorden.

Waar staat het antwoord in de tekst?

4

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A haalt medicijnen voor mevrouw Yilmaz bij de apotheek.

B werkt bij de apotheek.

Iets vragen bij de apotheek

A: Goedemiddag.

B: Hallo, kan ik u helpen?

A: Ja, ik kom de medicijnen voor mevrouw Yilmaz ophalen.

B: Wat is de geboortedatum?

A: 10 november 1995.

B: Alstublieft.

    Hebt u nog vragen over het medicijn?

A: Ja, hoeveel keer per dag moet ze het medicijn nemen?

B: Ze moet 1 maal per dag een tablet nemen.

A: Oké, en hoeveel tabletten mag ze nemen?

B: Ze mag één tablet per dag nemen.

A: En wanneer moet ze de tabletten innemen?

B: Ze moet de tabletten voor de nacht innemen.

A: Oké, dank u wel. Dag.

B: Tot ziens.

5

Lees de vragen. Zoek het antwoord in de tekst.

 

1. Hoe heet het medicijn voor meneer De Jong?

 

2. Wat is zijn geboortedatum?

 

3. Hoeveel tabletten zitten in het doosje?

 

4. Hoeveel keer per dag moet meneer De Jong het medicijn nemen?

 

5. Hoeveel tabletten mag hij per dag nemen?

 

6. Wanneer moet hij de tabletten innemen?

 

7. Hoe moet hij de tabletten innemen?

 

 

Een recept voor meneer de Jong

Meneer de Jong heeft een goede gezondheid.

Hij houdt van klussen.

Hij staat op de trap, maar nu valt hij!

Hij heeft verschrikkelijke pijn in zijn rug.

Hij maakt een afspraak met de huisarts.

De dokter geeft hem een recept voor pijnstillers.

Meneer de Jong kan de pillen bij de apotheek halen.



thema 7-taak 4-5-H-100�

6

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 5.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A haalt de pillen van meneer De Jong bij de apotheek.

A vraagt informatie over de medicijnen.

B werkt bij de apotheek.
B beantwoordt de vragen. B gebruikt opdracht 5.

 

A: Goedemiddag.

B: Hallo, kan ik u helpen?

A: Ja, ik kom de medicijnen voor meneer De Jong ophalen.

B: Wat is zijn geboortedatum?

A: …

B: Heeft u nog vragen over het medicijn?

A: Ja. Hoeveel keer moet hij het medicijn nemen?

B: Hij …

A: Oké en hoeveel tabletten mag hij per dag nemen?

B: Hij …

A: En wanneer moet hij de tabletten innemen?

B: Hij …

A: Oké, dank u wel. Dag.

B: Tot ziens.

7

Werk samen. Praat samen. Gebruik de tekst op het doosje.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A haalt de medicijnen van mevrouw Haarsma bij de apotheek.

A vraagt informatie over de medicijnen.

A bedenkt zelf vragen.

 

B werkt bij de apotheek.

B beantwoordt de vragen.

B kijkt naar het doosje.

thema 7-taak 4-7-H-100�

8

Vul in.

Waar kom je vandaan? Mijn herkomstland is  .

Denk ook aan Nederland.



9

Werk samen. Praat over opdracht 8.

Vergelijk jullie antwoorden.

 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.