Luister naar de zin.Lees de zin.Kies het goede antwoord.
Op de website ... informatie over het weer.
heeft
staat
U moet dit medicijn drie ... per dag nemen.
maal
vaak
Ik schrijf een brief. Dat vind ik ...
moeilijk.
mogelijk.
We ... brood bij de supermarkt.
halen
maken
De oude man heeft geen vrouw meer. Zijn vrouw is ...
jarig.
overleden.
Woon je hier ...?
alleen
altijd
... met alcohol!
Op is op
Pas op
O, mijn tas ... van de tafel.
gaat
valt
Mia slaapt ... en is heel moe.
slecht
snel
Ik heb ... over mijn baan.
vragen
zorgen
Lees de zin.Sleep het goede woord in de zin.
Mijn naam en adres staan op het formulier.Twee maal per dag fruit eten is een goed idee.Ik heb het zo druk en ik slaap slecht.
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
Ik woon alleen. Dat vind ik niet gezellig.
Het gaat niet goed met Omar. Hij heeft veel zorgen.
Ik heb geen poes meer. Ze is overleden in 2015.
Ik wil een nieuwe telefoon kopen, maar ik heb niet genoeg geld.
Mevrouw Chen kan niet lopen. Ze heeft pijn in haar been.
Deze straat is erg druk. Pas op!
Ik praat Nederlands met de dokter. Dat is moeilijk.
We halen taart en drinken bij de supermarkt.
Ik ben bij de huisarts. Hij geeft me een recept.
Wat hoort bij elkaar?
De poes valt
van de trap.
Ik krijg een recept
voor pijnstillers.
Je neemt de pillen
twee maal per dag.
Meneer Li heeft pijn
in zijn rug.
Ze haalt groente
bij de supermarkt.
Ik heb niet
genoeg tijd.
Luister naar de zin.Lees de zin.Kies de goede reactie.
Woon je bij je ouders?
Nee, ik kan niet vanavond.
Nee, ik woon alleen.
Hoe vaak ga je naar Rotterdam?
Twee maal per week.
Twee maanden.
Wat is je klacht?
Ik heb pijn in mijn buik.
Ik wil de afspraak verzetten.
Ik schrijf een briefje in het Nederlands.
Dat is moeilijk.
Dat is vies.
Je bent erg mager!
Ja, ik eet niet genoeg.
Ja, ik heb niet genoeg tijd.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.