Draai je tablet om verder te gaan.

6 Instanties

Naar de politie

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Is het wel ___ om 's nachts door de stad te lopen? Volgens mij kan het gevaarlijk zijn.

Op het buurtfeest zijn ___ activiteiten. Je kunt er dansen, sporten, een film kijken en er is lekker eten.

Wij hebben veel ___ van het café in onze straat. Er is daar bijna elke dag ruzie.

Tahmina is al een paar maanden ziek. Daarom is ze naar het ziekenhuis gestuurd voor ___.

Door de brand in hun flat konden de ___ niet meer terug naar hun woning. 

Ik weet niet of ik naar het feest ga. Ik ___ nog.  

Hamid heeft sinds vorig jaar een Nederlands paspoort. Hij is nu officieel een Nederlandse ___.

 Onze buren praten heel hard. Ze maken veel ___.

0 van de 8 goed.
Kijk na

2

Sleep de goede woorden in de zin.

Ik heb een speciaal slot op de deur van mijn huis, want ik wil niet dat dieven in mijn huis inbreken.

Lotte werkt te hard. Haar collega's adviseren haar om minder te werken.

Zullen we in Utrecht gaan wonen of in Hilversum? We twijfelen nog steeds.

Het examen begint precies om 10.00 uur. Je moet dus zorgen dat je op tijd bent.

Als je ‘s avonds fietst, moet je je licht aandoen. Zo kun je een ongeluk voorkomen.

Kader vindt het fijn om in het centrum van de stad te wonen. Zijn huis is heel centraal

Khadija wandelt en fietst veel in haar vrije tijd. Ze vindt het leuk om actief te zijn.

Het is verstandig om elke dag 1,5 liter water te drinken. Dat is goed voor je gezondheid.

Bij het ongeluk in onze straat raakten twee mensen gewond. Zij moesten naar het ziekenhuis.

Nigel is onze docent Nederlands. Hij geeft al 25 jaar les. Hij is heel ervaren.

Kinderen jonger dan 18 jaar mogen geen alcohol kopen. Dat is verboden.

Er ontstond een grote brand tijdens het koken. Daardoor is ons huis erg beschadigd.

In deze stad is er veel verkeer op de weg. Het is vaak druk.

In de wet staat welke regels er zijn voor mensen in Nederland.

Het stoplicht staat op rood. We moeten stoppen.

0 van de 3 goed.
Kijk na

3

Wat hoort bij elkaar?

Jacques woont in de Oranjebuurt in Groningen.

Hij is een bewoner van deze wijk.

Timo is een politieagent.

Hij zorgt dat de buurt veilig is.

Davide heeft een eigen bedrijf.

Hij is ondernemer.

Mahmoud heeft een ongeluk gehad.     

Hij is gewond.

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.