Draai je tablet om verder te gaan.

4 Onderwijs en opvoeding

Hulp bij opvoeding

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Onze dochter gaat volgend jaar naar de havo. Dat is het ___ van de leerkracht.

Ik hoorde dat jullie volgende week gaan verhuizen. Heb je nog ___ nodig?

Ik ga elke dag met de trein naar mijn werk. Gelukkig ___ mijn baas de reiskosten.

Volgend jaar gaat Nadia naar groep 3. Ze krijgt dan les van ___ Nicole.

Kim is al 20 jaar leerkracht op een basisschool. Ze heeft veel ___ met kinderen.

Mijn oma is 85 jaar. Ze is nog heel fit. Ze heeft een heel goede ___.

Amina is met haar auto tegen een boom gereden. Zij is gelukkig gezond, maar de auto heeft veel ___.

De oorzaak van zijn hoofdpijn is ___. Het is geen fysiek probleem.

0 van de 8 goed.
Kijk na

2

Wat hoort bij elkaar?

Ryan wordt altijd snel kwaad.

Hij is heel erg driftig.

Sylvain kan goed omgaan met zijn leerlingen.

Hij is een populaire docent op onze school.

Mijn vader heeft veel afspraken in het ziekenhuis.

Hij heeft een slechte gezondheid.

Tommy weet alles over gezonde voeding.

Hij geeft voorlichting aan kinderen over dit onderwerp.

Mehmets zoon haalt slechte cijfers op school.

Hij krijgt begeleiding voor zijn leerproblemen.

Kijk na

3

Wat hoort bij elkaar?

Moniek regelt het eten en drinken voor het feest.

Dat is haar verantwoordelijkheid.

Ziza heeft veel steun aan haar vriend.

Hij helpt haar met alles.

De dokter zegt dat je nog niet moet gaan werken.

Dat is een goed advies.

Er werken hier maar twintig mensen.

Het is een kleine organisatie.

Tijdens de cursus wisselen we veel tips uit.

Dat is heel nuttig voor mij.

Kijk na

4

Sleep de goede woorden in de zin.

Jan en Karin steunen hun dochter financieel. Ze krijgt elke maand 200 euro van haar ouders.

Kom je vanavond bij mij eten? Dan kunnen we ervaringen uitwisselen over onze vakanties.

Banis en Dogan hebben ruzie. Ze willen niet meer met elkaar omgaan.

Mijn buurvrouw is een lieve oppas. Ik ben blij dat mijn kinderen altijd bij haar terechtkunnen.

Wij verhuizen naar een dorp vlakbij een bos. Onze kinderen zullen in de natuur opgroeien.

We wonen in een groene omgeving. In onze buurt is een mooi park.

Ella is moeder van twee kleine kinderen. Ze vindt hun opvoeding een zware verantwoordelijkheid.

Toen ik in het ziekenhuis lag, was mijn beste vriendin een grote steun.

Tania wil volgend jaar economie studeren op de universiteit. Ze gaat vandaag naar een voorlichting.

Tobias werkt ook op mijn afdeling. We werken veel samen. Hij is mijn collega.

0 van de 2 goed.
Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.