Draai je tablet om verder te gaan.

4 Onderwijs en opvoeding

Kinderopvang

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

 Troy werkt van 7.30 tot 17.00 uur. Hij heeft ___ van 12.15 tot 13.00 uur.

Liv is zeven maanden ___. De baby komt waarschijnlijk in december.

Adil moest onverwachts naar het ziekenhuis. Zijn moeder kon gelukkig de kinderen ___.

Ik heb een nieuwe baan. Volgende week ga ik het contract tekenen. Dan wordt het ___.

Je kunt alleen naar de volgende cursus als je het examen haalt. Dat is een ___.

Het heeft al maanden niet geregend. De grond is droog. Het is een moeilijke ___ in dat land.

Mijn dochter gaat twee ___ naar de oppas: op maandagochtend en woensdagmiddag.

Anca kijkt tijdens de les op haar telefoon. Ze heeft geen ___ voor de docent.

Onze zoon eet ___ altijd een broodje bij oma. Daarna brengt oma hem weer naar school.

Volgende week is er een groot feest op school. Veel ouders helpen met de ___.

0 van de 10 goed.
Kijk na

2

Sleep de goede woorden in de zin.

Tamar is elf maanden oud. Ze kan al lopen en ze zegt een paar woordjes. Haar ontwikkeling gaat snel.

Mijn zoon haalt slechte cijfers op school. Hij besteedt weinig aandacht aan zijn huiswerk. 

Er ligt veel sneeuw. De straten zijn glad. De situatie voor de auto's is gevaarlijk.

Ik ga met de auto naar mijn werk. Fietsen is geen  mogelijkheid. Dat is te ver.

De leerlingen maken vandaag met hun klas een uitstapje. Ze gaan naar de bioscoop.

Jacqueline is onze leidinggevende. Zij is het hoofd van onze afdeling.

Doreen heeft een zoon. Hij is vier jaar. Hij is een kleuter.

'Komt jouw partner morgen ook op het feest?' - 'Nee, mijn man blijft thuis bij de kinderen.'

De dochter van José is nu twee jaar. Het is een peuter.

Dit is Sam, onze nieuwe medewerker. Hij is vanaf vandaag jullie collega op de afdeling.

Simona wordt volgende week 18. Haar vrienden organiseren een groot feest voor haar.

Ik moet vandaag tot zes uur werken. Wil jij de kinderen om half drie van school ophalen?

Wil je volgend jaar gaan studeren? Dan moet je je voor 1 mei inschrijven  voor de opleiding.

Als wij op vakantie zijn, zorgen de buren voor onze hond.

0 van de 3 goed.
Kijk na

3

Wat hoort bij elkaar?

Ik kan alleen op vrijdagavond afspreken.

Dat is helaas de enige mogelijkheid.

Mijn dochter is tot 12:00 uur op school.

Tussen de middag is ze thuis om te lunchen.

Ik werk nu twee dagdelen per week.

Op dinsdagochtend en woensdagochtend.

Voor dit werk moet je een diploma hebben.

Dat is een eis.

Volgende maand is onze bruiloft.

We zijn druk met de voorbereiding.

Kijk na

4

Wat hoort bij elkaar?

de baby

de peuter

de kleuter

het schoolkind

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.