| Interviewer | Nisa Barakat werkt als leidinggevende op een kinderdagverblijf in Utrecht. Ik ga haar vandaag wat vragen stellen over de kinderopvang in Nederland. Goedemorgen Nisa, fijn dat je er bent! |
| Nisa | Dankjewel. |
| Interviewer | Hoe oud zijn de kinderen op een kinderdagverblijf? |
| Nisa | Op een kinderdagverblijf, je kunt ook crèche zeggen, komen kinderen van nul tot vier jaar. Ouders die werken kunnen hun kinderen een of meer dagen in de week naar de opvang brengen. Bij ons komen de meeste kinderen twee tot drie dagen per week. |
| Interviewer | Kunnen baby's ook naar een kinderdagverblijf? |
| Nisa | Zeker, baby’s kunnen naar de opvang als ze zes weken oud zijn. Veel ouders schrijven hun kindje al in als de moeder een paar maanden zwanger is. Sommige kinderdagverblijven hebben namelijk een wachtlijst. |
| Interviewer | En de kinderen worden opgevangen in groepen? |
| Nisa | Klopt. Er zijn groepen waar kinderen van nul tot vier zitten, dus alle leeftijden bij elkaar. Maar er zijn ook groepen met kinderen van dezelfde leeftijd, dus bijvoorbeeld een groep met alleen baby's. Op elke groep werken pedagogische medewerkers. Zij spelen met de kinderen, eten met ze en zorgen voor ze. |
| Interviewer | Zijn er nog andere mogelijkheden van opvang? |
| Nisa | Zeker. Veel kinderen worden opgevangen door een oppas, bijvoorbeeld een opa of oma. Je kunt je kind ook naar een gastouder brengen. Dat is een vader of moeder die overdag een klein groepje kinderen opvangt. Deze opvang is meestal bij de gastouder thuis. Kinderen zien dus altijd dezelfde persoon. Dat vinden sommige ouders fijn. Bij een gastouder komen kinderen van nul tot vier, maar ook kinderen die al naar de basisschool gaan. Als gastouder moet je een mbo-diploma op niveau 2 hebben. Verder is er de peuteropvang. In veel gemeente noemen ze dat ook de voorschool. Daar komen kinderen van ongeveer twee tot vier jaar, peuters dus. Vaak maar twee dagdelen in de week. De peuteropvang is bedoeld als voorbereiding op de basisschool. Daar is veel aandacht voor de ontwikkeling van het kind, zoals de taalontwikkeling en de ontwikkeling van sociale vaardigheden. |
| Interviewer | Oké, en zijn er nog meer mogelijkheden voor kinderen die naar de basisschool gaan? |
| Nisa | Ja, er is ook buitenschoolse opvang, de bso. Dat wordt soms met de school van je kind georganiseerd. De buitenschoolse opvang is voor kleuters en schoolkinderen, dus kinderen van 4 tot 13 jaar. Je kind wordt dan na school opgehaald. De meeste bso's zijn 's morgens vroeg ook al open. Bij sommige bso's kun je je kinderen al om half 7 brengen. Voor je werk, dat is makkelijk als je vroeg moet beginnen. In de vakanties en op vrije dagen is de bso ook open. Dan organiseert de buitenschoolse opvang vaak leuke uitstapjes. |
| Interviewer | En tussen de middag? Waar kunnen kinderen dan naartoe? |
| Nisa | Dan blijven ze meestal over op school. Kinderen nemen dan brood mee naar school en eten met elkaar in de klas. De school regelt de opvang. Daar moet je als ouders op sommige scholen wel wat voor betalen. |
| Interviewer | Ja, de kosten. Moeten de ouders de kinderopvang helemaal zelf betalen? |
| Nisa | Nee, niet helemaal. Veel ouders hebben recht op kinderopvangtoeslag. Dat is een tegemoetkoming van de overheid in de kosten van de kinderopvang. Je moet als ouder wel altijd een eigen bijdrage betalen. De opvang of de gastouder moet geregistreerd zijn. Dat wil zeggen dat ze een officiële kinderopvang zijn. Een andere eis om toeslag te krijgen is: je moet als ouder werken of naar school gaan en je eventuele partner ook. Ouders kunnen de kinderopvangtoeslag aanvragen bij de Belastingdienst. Hoeveel de tegemoetkoming is, hangt af van het inkomen van de ouders en van hoeveel ze moeten betalen voor de opvang. |
| Interviewer | Oké, dat is duidelijk. Bedankt voor de informatie! |