Draai je tablet om verder te gaan.

16 We hebben een probleem

Heb jij weleens een ongeluk gehad?

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik lette ... seconde niet goed op.

Je moet ... de dokter.

Je hebt een gat ... je hoofd.

Ze zit helemaal ... het bloed.

Ik ... vaak mijn evenwicht.

Hij ... zijn arm.

We schrokken heel ...

Er was veel verkeer ... de weg.

De auto botste tegen ons ...

We hadden gelukkig ...

De auto reed 100 kilometer ... uur.

11 van de 11 goed.
Opnieuw invullen

2

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn dochter had gelukkig niks.

Het was ontzettend druk op de weg.

We zijn heel erg geschrokken.

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De vrouw zat helemaal onder het bloed.

Je mag op deze weg 80 kilometer per uur.

De fietser en de auto botsten tegen elkaar op.

Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mark heeft waarschijnlijk een gebroken arm.

Ik moet morgen naar de dokter.

Je mag nog één seconde nadenken over dat antwoord.

Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik wil mijn evenwicht niet verliezen.

Sara heeft een gat in haar hoofd.

Je mag niet op de weg fietsen.

Opnieuw invullen

6

Wat hoort bij elkaar?

Het kind heeft een gat

in zijn hoofd.

De auto botste

tegen ons op.

Het was druk

op de weg.

Je moet meteen

naar de dokter.

Opnieuw invullen

7

Wat hoort bij elkaar?

Ze verliest

haar evenwicht.

Je zit onder

het bloed.

Je rijdt 50 kilometer

per uur.

Mevrouw De Vies breekt

haar heup.

Opnieuw invullen

8

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies de goede reactie.

Waar ga je heen?

Heeft u pijn aan uw arm?

Is Sara gevallen?

Wat is er gebeurd?

Waarom ga je naar de dokter?

Kom je laat thuis?

Hoe hard mag je hier rijden?

Waarom val je?

Gaat het?

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.