Hulp aanbieden
A: Dat is een zware tas!
Kan ik je helpen?
B: Oh heel graag, dankjewel.
A: Ik ga volgende week verhuizen.
B: Wat leuk. Heb je hulp nodig?
A: Oh nee hoor, dankjewel.
A: Hé, gaat het?
Kan ik iets voor je doen?
B: Nee, nee hoor, ik heb gewoon een rotdag.