Draai je tablet om verder te gaan.

3 Hoe gaat het?

Nasılsın?

Kom je voetbal bij me kijken?

Bende futbol seyredelim mi?

1 Doe de taak

Iemand uitnodigen en reageren

1

Metni dinle ve aynı zamanda oku.

Luister naar de tekst en lees mee.

 

Çok yoğunum!

Rafi, Musa’ya telefon açıyor.
Musa, Rafi’nin bir arkadaşı.

Musa’nın eşinin adı Salwa.
 

- Selam, Rafi! Ne haber?

- İyilik. 

İşim iyi gidiyor, anlayacağın ben de iyiyim. 

- Ne güzel. Ben … 

- Pardon, ne dedin? 

- Çok yoğunum! 

Salwa çalışıyor ve çocukların tatili var.

Gürültüyü duyuyor musun? 

- Evet, duymaz mıyım. 

Bak, cuma günü televizyonda futbol maçı var. 

Bende seyredelim mi? 

- Güzel, olur! 

Cuma akşamı değil mi?

- Evet.

- Saat kaçta başlıyor?

- Sekizi çeyrek geçe.

Sekize çeyrek kala gel. 

- İyi, görüşürüz o halde. 

- Cumaya görüşmek üzere.

Sevindim.

Ik heb het zo druk!
Rafi belt Musa.
Musa is een vriend van Rafi.
De vrouw van Musa heet Salwa.

Musa

Hé, Rafi! Hoe is het?

Rafi

Goed jongen.
Met mijn baan gaat het goed, dus met mij gaat het ook goed.

Musa

Nou, mooi.
Ik ...

Rafi

Sorry, wat zeg je?

Musa

Ik heb het zo druk!
Salwa werkt en de kinderen hebben vakantie.
Hoor je het lawaai?

Rafi

Ja, dat hoor ik goed.
Hé, vrijdag is er voetbal op tv.
Kom je bij me kijken?

Musa

Ja leuk, dat kan!
Vrijdagavond toch?

Rafi

Ja.

Musa

Hoe laat begint het?

Rafi

Om kwart over acht.
Kom maar om kwart voor acht.

Musa

Prima, tot dan.

Rafi

Tot vrijdag. Gezellig.

Cuma akşamı, saat 19.30.

Musa Rafi’ye telefon açıyor.

 

- Selam, Musa. 

Kırk beş dakika sonra başlayacak!

- Rafi, kusura bakma ..

- Ne kusuru?

- Bu akşam gelemiyorum.

Salwa’nın anne babası buraya gelecek.

- A, üzüldüm be.

- Evet, ben …

Het is vrijdagavond, half acht.
Musa belt Rafi.

Rafi

Hé, Musa.
Over drie kwartier begint het!

Musa

Rafi, sorry ...

Rafi

Wat sorry?

Musa

Ik kan niet vanavond.
De ouders van Salwa komen hier.

Rafi

Ahh, jammer man.

Musa

Ja, ik ...

2

Birlikte çalış.

1. alıştırmanın metnini yüksek sesle oku.

Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik opdracht 1.

 

1. Wat willen Musa en Rafi samen doen?

2. Wanneer?

3. Hoe laat?

4. Wat doet Musa op vrijdagavond?

3

Birlikte çalış.

Saati söyle.

Werk samen. Kijk en luister naar de tijd. Zeg de tijd hardop.

klokken

4

Werk samen. Praat over de vragen.

 

1. Hoe laat is de les?

Om ...

2. Hoe laat eet je 's ochtends?

Om ...

3. Hoe laat eet je 's avonds?

Om ...

4. Hoe laat slaap je?

Om ...

5

Birlikte çalış.

Cümleleri yüksek sesle oku.

Werk samen. Luister naar de gesprekken. Lees de zinnen hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

Iemand uitnodigen en reageren

A: Kom je vrijdag tv bij me kijken?

B: Ja, leuk, dat kan.

 

 

A: Kom je zondag koffie bij me drinken?

B: Sorry, ik kan niet.

 

 

A: Kom je zaterdag bij me eten?

B: Ja, leuk. Hoe laat?

A: Om half acht?

B: Prima, tot dan.

6

Birlikte çalış.

Haftanın günlerini yüksek sesle söyle.

Werk samen. Maak het gesprek af. Gebruik opdracht 5.

 

A nodigt iemand uit.

 

A: Kom je  ?

B: Ja,  .

A: Hoe  ?

B: Om  .

A:  .

 

A: Kom je  ?

B: Sorry,  .

A: Oh,  .



7

4. alıştırmaya bak.

Birisini davet ediyorsun.

Doldur.

Werk samen. Lees de gesprekken van opdracht 6 hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

8

Birlikte çalış.

4. alıştırmaya bak.

Birisini davet ediyorsun.

Werk samen. Nodig iemand uit.

A begint.

Wissel daarna van rol.

3.3.8A 300 3.3.8B 300 3.3.8C 300

 

1 A kiest een foto. 

A nodigt B uit.

B kan.

B vraagt over de dag en de tijd.

 

2 A kiest een andere foto.

A nodigt B uit.

B kan niet.

9

Sınıfta dolaş.

Birisini davet et.

Loop rond. Nodig iemand uit.

Kies een situatie,  een dag en een tijd.

10

Lees het bericht. Schrijf een reactie.

Je leest het bericht van een vriendin. Vul in.

    Deze opdracht is voldoende. Goed gedaan!

    Foutje!

    Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.