Draai je tablet om verder te gaan.

3 Hoe gaat het?

Nasılsın?

Lekker weer, hè?

Hava güzel, değil mi?

1 Verstaan en nazeggen

1

Cümleyi dinle.
Ne duydun?

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Cümleyi dinle.
Kaç kelime duydun?

Luister naar de zin.
Hoeveel woorden hoor je?

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

3

Cümleyi dinle ve tekrarlayarak söyle. 

Luister naar de zin en zeg na.

Hoe gaat het?

Goed hoor.

En met jou?

Ja, heerlijk.

Die is vaak ziek.

Wat vervelend.

Doe je vader de groeten.

Ik heb al een week hoofdpijn.

Ik ben een beetje ziek.

Beterschap.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.