Draai je tablet om verder te gaan.

2 Boodschappen doen

Is de supermarkt nog open?

Market hala açık mı?

1 Woorden oefenen

1

Kelimeleri oku.

Resimlere bak.                                             

Kelimeleri, doğru resimlere yerleştir.

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de bank

de keuken

het internet

de chips

de zak

Opnieuw invullen

2

Kelimeleri doğru sıraya göre yerleştir.

Zet de woorden in de goede volgorde.

maandag - dinsdag - woensdag - donderdag - vrijdag - zaterdag - zondag

's ochtends - 's middags - 's avonds - 's nachts

2 van de 2 goed.
Opnieuw invullen

3

Cümleyi oku.

Doğru yanıtı seç.

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik koop kaas in de supermarkt. Ik heb ... in kaas!

De winkel is open van negen ... zes uur.

De zak chips is ... Ik heb geen chips!

Is de school open? Ik ... het niet.

7.00 uur is zeven uur ...

Ik ga naar de winkel. De winkel is nu ...

Het fruit ligt in de ...

Myriam komt uit Eritrea, ... ik.

Ik ga naar de markt en ik koop een ... aardappels.

Ik ... op internet: de winkel is tot 22.00 uur open.

In de keuken ... een zak tomaten. 

Ik ben vandaag om 18.00 ... thuis.

Ik ga naar de winkel en ik koop ...

'Wat zeg je? Ik ... het niet.'

3.00 uur is drie uur ...

15 van de 15 goed.
Opnieuw invullen

4

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

De supermarkt is op zondag niet open.
Ik ben thuis op zondag en ik werk op maandag.
Ik werk van één uur 's middags tot zeven uur  's avonds.

Opnieuw invullen

5

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik kijk naar Femi. Femi praat. Ik luister.

Op de bank ligt een zak chips.

'Wat zeg je? Ik begrijp het niet.'

Ik ga twee dagen naar school: op maandag en dinsdag.

Opnieuw invullen

6

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik werk tot 17.00 uur. 's Avonds ben ik thuis.

Ik ga 's ochtends naar school en ik werk 's middags.

Ik ben thuis en ik zit op de bank.

Ik werk twee dagen: op donderdag en op vrijdag.

Opnieuw invullen

7

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik werk 's ochtends en soms ook 's middags.

'Is er nog fruit? Ik heb zin in fruit.' 

Ik doe boodschappen op woensdag.

Ik weet mijn postcode niet.

Opnieuw invullen

8

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De winkel is niet open, denk ik.

Ik koop vis op donderdag.

Ik werk zes dagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag. 

Ik werk niet op zondag.

Ik heb geen aardappels. De zak is leeg.

Opnieuw invullen

9

Hangileri birbirlerine uyuyor?

Wat hoort bij elkaar?

ik begrijp

ik snap

ik praat

ik vertel

Opnieuw invullen

10

Wat hoort bij elkaar?

de openingstijden

het uur

het internet

de e-mail

de dag

zondag

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.