Draai je tablet om verder te gaan.

2 Boodschappen doen

Wie is er aan de beurt?

Pazardan yiyecek almak

1 Woorden oefenen

1

Kelimeleri oku.

Resimlere bak.                                             

Kelimeleri, doğru resimlere yerleştir.

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes. 

de euro

de boodschappenlijst

het gewicht

de verkoper

Opnieuw invullen

2

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes. 

de aardappels

de kaas

de meneer

de mevrouw

Opnieuw invullen

3

Kelimeleri doğru sıraya göre yerleştir.

Zet de woorden in de goede volgorde.

gram - ons - pond - kilo

Opnieuw invullen

4

Cümleyi oku.

Doğru yanıtı seç.

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Een ons vis is ...

Een pond vlees is ...

Een kilo kip is ...

Een gram, ons of kilo is een ...

Een vrouw is een ...

'Hebt ... kinderen, mevrouw?'

'Woont ... in Amsterdam, meneer?'

'Woon ... in Amsterdam, Anna?'

Een man is een ...

Ik koop fruit, ... sinaasappels.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Cümleyi oku.

Doğru yanıtı seç.

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik ga ... naar de markt.

Ik koop groente ... de markt.

Ik ga vandaag naar school. Vandaag is een fijne ...

Ik koop vlees in de supermarkt, … bij de Aldi of de Lidl.

Ik koop … op de markt: een kip.

Ik koop ... op de markt.

'Wat ... je? Ga je niet naar school?'

7 van de 7 goed.
Opnieuw invullen

6

Cümleyi oku.

Doğru yanıtı seç.

Lees de zin. 
Kies het goede antwoord.

Ik ga naar de markt. Ik heb een ...

Ik ben op de markt. Ik ben aan de ...

Ik praat met de ...

Ik ...: 'Mag ik een kilo bananen?'

De verkoper zegt: ‘…, een kilo bananen.’

Ik zeg: ‘Ik wil ook … een pond sinaasappels.’

De verkoper zegt: ‘Dat is dan vijf ...’

Ik zeg: ‘Vijf euro, alstublieft’. De verkoper zegt: ‘…’

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

7

Cümleyi oku.

Doğru yanıtı seç.

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik ben ... de markt.

De verkoper zegt: 'Bent u aan de ...?'

Ik zeg: ‘ …, ik ben niet aan de beurt.’

Ik ben aan de beurt. Ik zeg: ‘Een kilo … graag en een pond kaas.’

De verkoper zegt:  ‘ … meneer. Een pond kaas.’

De verkoper zegt: 'Anders nog ... meneer?'

Ik zeg: ‘…, dank u.’

De verkoper zegt: ‘Fijne …’

Ik zeg: ‘ …, u ook een fijne dag.’

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.