Draai je tablet om verder te gaan.

2 Boodschappen doen

Waar doe je boodschappen?

Alışverişini nereden alıyorsun? 

1 Woorden oefenen

1

Kelimeleri oku.

Resimlere bak.                                             

Kelimeleri, doğru resimlere yerleştir.

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de straat

de buurt

de buurvrouw

Opnieuw invullen

2

Cümleyi oku.

Doğru yanıtı seç.

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik woon in een ...

Ik heb een Lidl in de ... Dat is fijn.

Ik woon naast Rita. Rita is mijn ...

Mijn buurvrouw zegt: '... in Nederland.'

4 van de 4 goed.
Opnieuw invullen

3

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Hallo, ik heet Firas.
Ik ken de buurt nog niet.
De supermarkt is niet ver.

Opnieuw invullen

4

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De markt is goedkoop. Dat is fijn.

Doe jij boodschappen bij de Plus?

Ik woon hier een maand. Ik ben nieuw in de straat.

Opnieuw invullen

5

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Kijk, hier is de supermarkt!

Ik doe meestal boodschappen bij de Lidl.

Waar doe je boodschappen?

Opnieuw invullen

6

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik koop vlees. Soms koop ik vis.

Waar moet ik mijn naam schrijven?

Mijn telefoonnummer klopt niet. Ik heb een ander nummer.

Opnieuw invullen

7

Cümleyi dinle.

Doğru kelimeyi cümlenin içine yerleştir.

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik koop geen wortels. Ik koop wel tomaten.

Eén euro voor een kilo bananen. Dat is goedkoop!

Ik koop groente. Natuurlijk koop ik ook fruit.

Opnieuw invullen

8

Cümleyi oku.

Doğru yanıtı seç.

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Waar ... je boodschappen?

Ik doe boodschappen ... de Aldi.

Mijn nieuwe buurvrouw ... Sandra.

De Jumbo is niet ver. De Jumbo is ... in de straat.

Een kilo aardappels voor 5 euro, dat is ...!

Ik heb geen zoon. Ik heb ... een dochter.

Ik doe ... boodschappen bij de Lidl. Die is goedkoop.

Ik woon naast Lina. Lina is mijn ...

Ik heb een ... telefoonnummer.

Hallo Lula, ... in de straat!

Mag ik je iets vragen? ... is de supermarkt?

De school is niet ... De school is hier in de straat.

Dat is mijn nieuwe buurvrouw Muna. Ik ... Muna een maand.

Ik werk niet in Zwolle. Ik werk in een ... stad.

Ik zeg: 'Welkom in de Tuinstraat!'
Osman zegt: '...'

15 van de 15 goed.
Opnieuw invullen

9

Hangileri birbirlerine uyuyor?

Wat hoort bij elkaar?

goedkoop

duur

de straat

de buurt

soms

meestal

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.