Draai je tablet om verder te gaan.

8 Politiek en rechtspraak

De koning

1 Opdrachten

1

Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de tekst.

    Nederlands is een  ___.

    ___ heeft de meeste macht in Nederland.

    De koning ___ wetten en besluiten.

    In september ___ de koning de plannen van de regering.

    De koning en de koningin ___.

    Tijdens een staatsbezoek ___.

    Een staatsbezoek is goed voor de ___ van Nederland.

    Als een wijk, dorp of stad ___ , gaan de koning en de koningin vaak naar die plek toe.

    De meeste Nederlanders ___.

    Het is in Nederland ___ om kritiek op de koning te hebben.

    0 van de 10 goed.
    Kijk na

    2

    Wat hoort bij elkaar?

    Er is een nieuwe wet.   

    De koning moet zijn handtekening zetten.

    Het is Prinsjesdag.

    De koning leest de nieuwe plannen van de regering voor.

    Er is een staatsbezoek.

    De koning praat met belangrijke mensen in het buitenland.

    Er is een ramp gebeurd.

    De koning gaat naar die plek en hij praat met de slachtoffers.

    Kijk na

    3

    Kies het goede antwoord.

    Rahaf praat met Ali. Rahaf zegt: ‘Nederland is geen democratie, want er is een koning.’ Wat kan Ali het beste zeggen?

    Karel praat met Quinten. Karel zegt: ‘Het parlement wil een nieuwe wet maken, maar de koning is tegen deze wet. Dus dan gaat de wet niet door.’ Wat kan Quinten het beste zeggen?

    Het is Prinsjesdag. Meral vraagt aan haar collega wat er op Prinsjesdag gebeurt. Wat kan haar collega zeggen?

    Silvio praat met een vriend. De vriend zegt: ‘Ik heb op tv gezien dat de koning op staatsbezoek in India is, wat doet hij daar?’. Wat kan Sylvio zeggen?

    Haroon heeft Nederlandse les. Hij praat met zijn docent over de koning. Haroon zegt: ‘ik wil liever een president dan een koning. Ik ben tegen de koning.’ Wat kan zijn docent zeggen?

    0 van de 5 goed.
    Kijk na

    Foutje!

    Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.