Draai je tablet om verder te gaan.

8 Politiek en rechtspraak

De democratie

1 Opdrachten

1

Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de tekst.

    Veras is 16 jaar. Hij mag stemmen bij verkiezingen als hij ___ is. 

    Ricardo heeft de Mexicaanse nationaliteit. Hij woont sinds vorige week in Nederland. Hij mag ___ stemmen voor de gemeenteraadverkiezingen.

    Payton heeft de Amerikaanse nationaliteit. Hij woont zes jaar in Nederland. Hij mag ___ bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer.

    Konstantina is lid van een politieke partij. Tijdens verkiezingen kunnen mensen op haar stemmen. Dat heet ___.

    Pim vindt het belangrijk dat de overheid mensen helpt. Hij stemt daarom op een ___. 

    Widya stemt op de VVD. Dat is een ___.

    Lucas weet niet op welke partij hij gaat stemmen. Hij leest daarom de verkiezingsprogramma’s van verschillende partijen. Daarin staat informatie over ___.

    0 van de 7 goed.
    Kijk na

    2

    Sleep het goede woord in de zin. Gebruik de informatie uit de video.

    Hoe kan ik stemmen?
    Als er bijna verkiezingen zijn, krijg je een stempas thuisgestuurd. Ook ontvang je een kieslijst met alle namen van mensen die meedoen aan de verkiezingen. Denk alvast na op wie je gaat stemmen. Op de dag van de verkiezingen, ga je naar het stembureau. Op de stempas staat welk stembureau het dichtst bij jouw huis is. Lever je stempas in op het stembureau en laat je paspoort of identiteitskaart zien. Daarna krijg je een stembiljet en ga je het stemhokje in.
    Zoek op het stembiljet eerst de partij waarop je wilt stemmen. Zoek daarna de persoon op wie je wilt stemmen. In het stemhokje ligt een rood potlood, waarmee je het vakje voor de naam inkleurt. Het is jouw stem. Zorg dus dat er niemand met je meekijkt. Vouw het stembiljet op en stop het in de stembus.

     

    Gefeliciteerd, je hebt gestemd! Stem jij ook?

    Woensdag zijn er verkiezingen voor de gemeenteraad.

    Jana gaat naar een stembureau om te stemmen op een politieke partij.

    Ze heeft een stempas via de post gekregen. Deze neemt ze mee.

    Ze moet ook een identiteitsbewijs laten zien.

    Daarna krijgt ze een stembiljet. Hierop moet ze aangeven op wie ze stemt.

    Dit doet ze in een stemhokje, zodat niemand kan zien op wie ze stemt.

    Kijk na

    3

    Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de video.  

    Waarom zou je gaan stemmen?
    Het is in Nederland niet verplicht om te gaan stemmen. Je hoeft dus niet naar de stembus, dus waarom zou je het doen? Daar zijn een heleboel redenen voor.

    Ten eerste: jongeren stemmen heel anders dan ouderen. Grote kans dat jij bijvoorbeeld anders denkt over thema's als studiefinanciering, milieumaatregelen en het drugsbeleid, dan je ouders en grootouders. De opkomst onder ouderen is vaak hoger dan die onder jongeren. 'Mijn stem gaat het verschil niet maken' gaat dus ook niet op. Elke stem meer, kan het verschil tussen wel of geen zetel betekenen. En dus een verschil in beleid.

    Daarnaast is stemrecht niet vanzelfsprekend. Pas sinds 1917 mogen alle mannen stemmen. In 1919 kwamen daar alle vrouwen bij. Maar wist je ook dat tot 1965 alleen mensen ouder dan 24 mochten stemmen? In dat jaar ging de leeftijdsgrens omlaag naar 21 en pas in 1971 werd die grens 18 jaar. Dat je mag stemmen, is dus zelfs in Nederland niet zo vanzelfsprekend als je zou denken.

    Het is in Nederland verplicht om te stemmen.

    Het is belangrijk dat zoveel mogelijk mensen stemmen.

    Door te stemmen kun je invloed hebben op het beleid van de gemeente, provincie of overheid.

    De opkomst laat zien hoeveel procent van de Nederlanders heeft gestemd.

    Sinds 1917 hebben alle Nederlanders vanaf 18 jaar het recht om te stemmen.

    In Nederland mochten mannen eerder stemmen dan vrouwen.

    0 van de 6 goed.
    Kijk na

    Foutje!

    Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.