Draai je tablet om verder te gaan.

8 Politiek en rechtspraak

Politiek en rechtspraak

1 Test jezelf

Luister naar de situatie. Beantwoord de vraag.

Olena woont in een rijtjeshuis. Naast haar woont een gezin met twee kinderen. Ze hoort soms veel lawaai en ruzies bij haar buren. Ze denkt dat de kinderen met geweld te maken hebben. Wat kan ze het beste doen?

 

Olena maakt zich zorgen om haar buren

Sara zit op de middelbare school. Ze moet een presentatie over de Europese Unie geven. Wat kan ze vertellen?

 

vlag van de Europese Unie

Melvin is een man. Hij heeft een relatie met Samir, een andere man. Ze willen graag een kind adopteren. Mag dat?

 

Melvin en Samir met een kind

Sangita is 19 jaar. Vandaag heeft ze ontdekt dat ze zwanger is. Ze wil haar zwangerschap stoppen met een abortus. Mag dat?

 

Sangita is zwanger

Jara zit in klas 5 havo van de middelbare school. Ze moet tijdens een presentatie iets vertellen over de macht in Nederland. Wat kan ze zeggen?

 

Jara geeft een presentatie

Zoa praat met een vriend. De vriend vraagt wat de taak is van een rechter in Nederland. Wat kan Zoa het beste zeggen?

 

Zoa praat met een vriend

Philip heeft een Duits paspoort. Hij woont in de gemeente Arnhem. Volgende week zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer. Mag Philip stemmen?

 

stembiljet

Ayşe heeft de Turkse nationaliteit. Ze woont al tien jaar in de gemeente Amersfoort. Ze wil lid worden van een politieke partij. Dan kunnen mensen op haar stemmen bij de gemeenteraadverkiezingen. Mag dat?

 

Ayse wil in een politieke partij

Henk praat met zijn buitenlandse buurman over de verkiezingen. Henk zegt: ‘Ik stem meestal op een rechtse partij.’ Zijn buurman begrijpt niet wat rechtse partijen zijn. Hoe kan Henk dat uitleggen?

 

Henk praat met zijn buurman

Sara en Janita kijken tv. Ze zien de koning op tv. Sara zegt: ‘Ik weet niet zoveel over de Nederlandse koning. Wat kun je over hem vertellen?’. Wat Janita het beste zeggen?

 

Sara en Janita kijken tv

Marek leest het nieuws op zijn telefoon. Hij leest dat de koning op bezoek in het buitenland is. Hij vraagt aan zijn vrouw: ‘Waarom is de koning in het buitenland?’ Wat kan zijn vrouw het beste zeggen?

 

de koning is op bezoek in het buitenland

Christina heeft les. Ze vraagt haar docent: ‘Mag je in Nederland je mening over de koning geven?’ Wat kan haar docent het beste zeggen?

 

de koning

Varvara praat met haar nieuwe buurvrouw. Haar buurvrouw zegt: ‘Ik ben ambtenaar. Ik werk bij een ministerie.’ Varvara vraagt: ‘Oh, wat doet een ministerie precies?’ Wat kan haar buurvrouw antwoorden?

 

Varvara praat met haar buurvrouw

Vorige week waren er verkiezingen voor de Tweede Kamer. De VVD heeft de meeste stemmen gekregen en is de grootste partij. Wat betekent dat?

 

stemlokaal

Maarten praat met Mohammed. Maarten zegt: ‘We mogen binnenkort stemmen voor de provincie, maar ik weet niet wat de provincie doet.’ Wat kan Mohammed het beste zeggen?

 

er worden nieuwe huizen gebouwd

Ilse en Sinan wonen in de provincie Gelderland. Ze praten over politiek. Ilse zegt: ‘Ik vind dat ik te veel belasting moet betalen. Ik ga stemmen voor een partij in de provincie die de belasting wil verlagen.’ Wat kan Sinan het beste zeggen?

 

stemmen

Lobna is nieuw in Nederland. Ze heeft een brief van de gemeente gekregen. Ze weet niet wat een gemeente is. Ze vraagt het aan haar buurman. Hij zegt: ‘Een gemeente heeft verschillende taken.’ Wat is een voorbeeld van een taak van de gemeente?

 

de gemeente

Het is zaterdag. Mascha en Luisa zijn in een café. Om 3 uur ’s nachts moet iedereen weg, want het café gaat sluiten. Mascha zegt: ‘Dat is raar. Waarom gaat het café nu al sluiten? Het is nog heel druk.’ Wat kan Luisa het beste zeggen?

 

volle cafés

Joshua praat met zijn buurvrouw. Joshua zegt: ‘Er zijn veel te weinig woningen. De gemeente moet gewoon een nieuwe woonwijk bouwen.’ Mag dat?

 

nieuwe woonwijk

Gary praat met een vriend. De vriend vraagt: ‘Welke invloed heeft de Europese Unie op Nederland?’. Wat kan Gary het beste zeggen?

 

vlag van de EU en Nederland

Misha gaat stemmen voor de Europese verkiezingen. Wat kan hij dan kiezen?

 

Misha gaat stemmen

Floris is de directeur van een klein bedrijf. Een vrouw met de Syrische nationaliteit solliciteert bij het bedrijf. Floris zegt tegen een collega: ‘Ik ga haar niet uitnodigen voor een gesprek, want ik wil geen buitenlanders in mijn bedrijf.’ Wat kan zijn collega het beste zeggen?

 

Floris is de directeur

0 van de 22 goed.
Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.