Als je een nieuwe baan hebt, leer je veel nieuwe mensen kennen.
We feliciteren onze buren met de geboorte van hun baby.
De buurman is overleden. We wensen de buurvrouw veel sterkte met het verlies.
Zullen we morgen bij je ouders op bezoek gaan? Dat is gezellig.
Peter wil graag lid van een voetbalclub worden.
We sturen mijn moeder een kaart voor haar verjaardag.
De docent is ziek. De les kan helaas niet doorgaan.