Advies geven bij een probleem
Lees de tekst.
Wat moet ik doen? Noor heeft een probleem.Ze schrijft over haar probleem op internet.
Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik opdracht 1.
1. Wat is het probleem van Noor?
2. Wat is de reactie van Pim?
3. Wat is het advies van Julia?
Werk samen. Luister naar de gesprekken. Lees de zinnen hardop.
A begint.
Wissel daarna van rol.
Advies vragen en advies geven
A: De hond van mijn buurvrouw blaft veel.
Ik kan niet slapen.
Wat moet ik doen?
B: Je moet met haar praten.
Ze moet de hond beter opvoeden.
A: Mijn buurman rookt in de lift.
Ik vind het vies. Wat moet ik doen?
B: Je moet een briefje in de lift hangen.
Hij mag niet in de lift roken.
A: De kinderen van mijn buren maken veel lawaai.
Ik heb hoofdpijn.
B: Je kunt niks doen.
Kinderen maken geluid, dat is normaal.
Werk samen. Bedenk een advies.
Lees samen de situaties. Welk advies kunnen jullie geven?
Schrijf op.
1. Mijn buren luisteren 's nachts naar harde muziek. Ik kan niet goed slapen.
Je moet ...
2. Ik wil mijn tuin mooi maken, maar dat is zwaar werk en ik ben niet zo sterk.
3. De kinderen van mijn buren spelen vaak in de tuin. Ze maken veel lawaai.
4. Mijn buurman gebruikt zijn barbecue op het balkon. Dat ruikt heel vies.
5. Ik heb niet zoveel contact met mijn buren. Dat vind ik jammer.
Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 4.
Kies een nieuwe situatie.
A kiest een situatie van opdracht 4.
A vertelt over het probleem.
A vraagt advies.
B geeft advies.
Beantwoord de vragen.
Welk probleem heb jij soms in je buurt of in je huis?
Voor welk probleem wil je een advies?
Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 6.
A gebruikt de situatie van opdracht 6.
Werk samen. Lees het bericht. Praat over de vragen.
Lees het bericht van opdracht 8. Schrijf een reactie.
Geef advies.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.