Draai je tablet om verder te gaan.

8 In mijn buurt

Het is een rustige buurt

1 Luisteropdrachten

1

Luister naar de tekst.
Kies het goede antwoord.

De man woont in ...

De man heeft ...

Hij heeft ...

De buurt is ...

In de buurt staan ...

De man vindt de buurt ...

De man fietst ...

In het winkelcentrum is ...

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de tekst.
Sleep de goede woorden in de zin.

We hebben bijna alles in onze buurt.
Iwan woont met zijn gezin in een flat.
Hij vertelt over de flat en de buurt.

We wonen goed hier.
In de flat hebben we een paar leuke vrienden.
We eten graag met elkaar.
Met de buren hebben we niet veel contact.
We maken een praatje in de lift, of buiten op straat.
Onze kinderen spelen met hun kinderen.

In deze buurt staan flats en rijtjeshuizen.
Het is een rustige buurt zonder veel verkeer.
Ik vind de buurt niet zo mooi.
Er zijn weinig bomen, er is weinig groen.
Gelukkig is er een park in de buurt.
En de bushalte, de basisschool en het winkelcentrum zijn vlakbij.
Dat is echt gemakkelijk.

Opnieuw invullen

3

Luister naar de tekst.
Sleep de goede woorden in de zin.

We lopen in het weekend met de kinderen naar het park.
Daar kunnen ze lekker voetballen en spelen.
We fietsen naar het winkelcentrum.
Daar is ook een moskee, een kerk  en een apotheek.
Ik mis één ding.
Er is geen gezellig café, voor een kop koffie of een biertje.
Nou ja, we hebben bijna alles in onze buurt.
Ik ben tevreden.

Opnieuw invullen

4

Luister naar de tekst en lees mee.

We hebben bijna alles in onze buurt.
Iwan woont met zijn gezin in een flat.
Hij vertelt over de flat en de buurt.


We wonen goed hier.
In de flat hebben we een paar leuke vrienden.
We eten graag met elkaar.
Met de buren hebben we niet veel contact.
We maken een praatje in de lift, of buiten op straat.
Onze kinderen spelen met hun kinderen.

In deze buurt staan flats en rijtjeshuizen.
Het is een rustige buurt, zonder veel verkeer.
Ik vind de buurt niet zo mooi.
Er zijn weinig bomen en struiken, er is weinig groen.
Gelukkig is er een park in de buurt.
En de bushalte, de basisschool en het winkelcentrum zijn vlakbij.
Dat is echt gemakkelijk.

We lopen in het weekend met de kinderen naar het park.
Daar kunnen ze lekker voetballen en spelen.
We fietsen naar het winkelcentrum.
Daar is ook een moskee, een kerk en een apotheek.
Ik mis één ding.
Er is geen gezellig café, voor een kop koffie of een biertje.
Nou ja, we hebben bijna alles in onze buurt.
Ik ben tevreden.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.