Draai je tablet om verder te gaan.

Verbonden spraak

zwakke vormen

1 Oefening deel

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

Thea wil piano spelen maar _____ kan het niet.

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

Bert zegt dat _____ morgen niet kan komen.

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

_____ zijn zo blij met de nieuwe auto!

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

Is dit zijn fiets of _____ fiets?

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

Iedereen weet het behalve _____.

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

Ik geef je _____ adres.

Luister, zeg na en vergelijk.
Luister, zeg na en vergelijk.
Luister, zeg na en vergelijk.
Luister, zeg na en vergelijk.

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

Ze willen _____ beste voor je.

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

_____ is niets aan te doen.

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

Waar is Peter? Ik zie _____ niet.

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

Ik heb niet _____ leuke broek gezien.

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

Zwem je wel _____ in de zee?

Luister naar de zin. Welk woord zie je niet?

Dat is _____ moeder.

Luister, zeg na en vergelijk.
Luister, zeg na en vergelijk.
Luister, zeg na en vergelijk.
Luister, zeg na en vergelijk.
0 van de 12 goed.
Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.