Draai je tablet om verder te gaan.

18 Naar de bibliotheek

Ik hield niet echt van lezen

1 Doe de taak

Praten over vroeger

1

Luister naar de tekst.

 

Een eigenwijs mannetje

Max en Luuk zitten op de basisschool. Ze hebben net een rapport gekregen. Een rapport gaat over de resultaten op school. De vader van Max praat met de moeder van Luuk.

Moeder van Luuk

Heeft Max ook zijn rapport gekregen?

Vader van Max

Ja, maar dat was niet helemaal goed. Lezen gaat nog niet zo lekker. Hij had een onvoldoende voor lezen.

Moeder van Luuk

Maak je je zorgen?

Vader van Max

Ja, nou, weet je, ik vond vroeger lezen ook lastig en ik kreeg thuis nooit hulp. Mijn ouders waren altijd druk bezig, die lazen geen boeken. Er was in ons dorp ook geen bibliotheek, dus ik las alleen op school. Nou hield ik ook niet echt van lezen, ik speelde liever buiten. Maar achteraf is het jammer, dat niemand me stimuleerde. Dus ik wil Max graag met lezen helpen. Ik ben gemotiveerd, maar Max totaal niet! Die wil  liever spelletjes doen op de computer. Toen hij in groep drie zat, las ik hem nog elke avond voor. Maar dat vindt hij nu kinderachtig. Eigenwijs mannetje hè?

Moeder van Luuk

Ik herken dat wel. Luuk had ook moeite met lezen, maar dat gaat nu heel redelijk. Weet je wat wij meestal doen? Wij lenen e-books uit de bibliotheek voor hem. Die kan hij zo op zijn eigen tablet lezen, of op zijn telefoon. Dat vindt hij tof en veel leuker dan een boek van papier. Hij raakt zo'n e-book ook niet kwijt!

Vader van Max

Wat een briljant idee!

2

Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik opdracht 1.

  1. Wat vindt Max moeilijk? 
  2. Wat doet Max graag?
  3. Welk advies geeft de moeder van Luuk?

3

Werk samen. Praat over de vragen.

  1. Hou je van lezen? Waarom wel of waarom niet?
  2. Op welke leeftijd leerde je lezen?
  3. Las je vroeger als kind weleens een boek of iets anders? Wat las je dan?
  4. Wat lees je nu in het Nederlands?
  5. Wat lees je nu in je moedertaal?
  6. Wat vind je fijner: lezen van papier of lezen van een beeldscherm? Waarom vind je dat?

4

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.
A begint.
Wissel daarna van rol.

Praten over vroeger  

A: Wat vond je lastig op school?

B: Ik vond lezen vroeger lastig.
      We hadden geen boeken thuis.  
      Er was ook geen bibliotheek in ons dorp.

A: Wat deed je vroeger vaak?

B: Ik speelde graag buiten.

      Ik had veel vrienden in de buurt.

A: Waar ging je vaak naartoe?
B: Ik ging vaak naar het huis van mijn oom.  

     Daar was altijd lekker eten.

     Ik at en dronk daar veel.
     Mijn oom kwam ook vaak bij ons op bezoek.

     Het was een leuke tijd.
 

5

Vul in. Gebruik het voorbeeld.
Hoe vraag je iets over vroeger? Kijk bij opdracht 4.

6

Vul in. Gebruik het voorbeeld.
Hoe zeg je iets over vroeger?

7

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 5 en 6.    

A en B praten over vroeger.

A stelt de vragen van opdracht 5.
B geeft antwoord en gebruikt opdracht 6. 
Wissel daarna van rol.

8

Werk samen. Praat samen.
A begint.
Wissel daarna van rol.

Denk allebei aan vroeger.
Praat samen over vroeger.
A stelt vragen aan B.
A gebruikt opdracht 5.
B geeft antwoord.

9

Lees het bericht en schrijf een reactie.
Je leest een bericht op internet.
Schrijf een reactie. Vertel over je oude woonplaats.

Beantwoord de vragen uit het bericht. Schrijf vijf zinnen.

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.