Draai je tablet om verder te gaan.

15 Het is een jongen!

Ik kan wel op donderdag

1 Doe de taak

Een afspraak verzetten en afzeggen

1

Lees de tekst.

 

thema 15-taak 3-1-H-100%

2

Werk samen. Praat over de woorden. Gebruik de tekst van opdracht 1.

Wat betekenen de woorden? Leg uit.

 

het consultatiebureau                              de zwangerschap

de vaccinatie                                                    het gehoor

de ontwikkeling                                            mazelen

de verpleegkundige                                    de bijwerking

3

Lees de vragen en de tekst. Beantwoord de vragen.

 

1. Waarom moeten de ouders van Manal naar het consultatiebureau?



2. Wanneer is de afspraak?



3. Hoe laat moeten de ouders van Manal op het consultatiebureau zijn?



4. De ouders van Manal kunnen niet op de tijd van de afspraak. Ze willen de afspraak verzetten. Wat kunnen ze doen?



5. Op welke dagen is het consultatiebureau open?



thema 15-taak 3-3-H-100%

4

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.

A begint.
Wissel daarna van rol.
 

A werkt bij het consultatiebureau.

B heeft een afspraak.

B kan niet en wil de afspraak verzetten.

B belt naar het consultatiebureau.

Een afspraak verzetten

A: Consultatiebureau Roermond, goedemiddag.

B: Goedemiddag, met Hevin Ibrahim.

A: Wat kan ik voor u doen?

B: Ik wil graag mijn afspraak verzetten.

      Ik kan niet komen, omdat ik moet werken.

A: Wanneer is uw afspraak?

B: Op woensdag 9 december om tien over half elf.

A: Wanneer kunt u wel?

B: Ik kan wel op donderdag 10 december. Dan ben ik de hele dag vrij.

A: Dat kan ook. Kunt u om kwart over negen?

B: Ja, dat is prima.

     Dus ik kom op donderdag 10 december om kwart over negen.

A: Ja, precies. We zien u en uw kind dan.

B: Fijn, dank u wel.

A: Tot ziens.

B: Dag.

5

Kijk naar de foto’s. Schrijf de zin onder de foto.

Je hebt een afspraak bij het consultatiebureau.

Je wilt de afspraak verzetten, want je kunt niet komen.

Waarom kun je niet?

Kijk naar de foto’s en lees het voorbeeld.

Maak de zinnen af.

shutterstock_243303478 (1)

1. Ik kan niet komen, omdat mijn auto kapot is.

shutterstock_243303478 (1)

2. Ik kan niet komen, omdat...



shutterstock_1911391903 (1)

3. Ik kan niet komen, omdat...



shutterstock_1444224857 (1)

4. Ik kan niet komen, omdat...



shutterstock_1514779394 (1)

5. Ik kan niet komen, omdat...



6

Werk samen. Lees de zinnen van opdracht 5 hardop.

Lees eerst het voorbeeld hardop.

Lees daarna allebei je zinnen van opdracht 5 hardop.

Waar staat het werkwoord na ‘omdat’?

7

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 5.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A werkt bij het consultatiebureau.

B heeft een afspraak.

B kan niet en wil de afspraak verzetten.

B belt naar het consultatiebureau.

Kies een reden van opdracht 5.

8

Werk samen. Praat samen.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A werkt bij het consultatiebureau.

B belt het consultatiebureau.

B wil een afspraak afzeggen.

B kiest zelf een reden.

B wil geen nieuwe afspraak maken.

9

Lees de brief. Schrijf een reactie.

Je krijgt een brief van het consultatiebureau. Je kunt niet en je wilt de afspraak verzetten.


Stuur een e-mail. Schrijf:

  • de tijd van de afspraak
  • de reden: waarom kun je niet?
  • een nieuwe tijd voor de afspraak: wanneer kun je wel?

thema 15-taak 3-3-H-100%

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.