Een afspraak verzetten
A: Consultatiebureau Roermond, goedemiddag.
B: Goedemiddag, met Hevin Ibrahim.
A: Wat kan ik voor u doen?
B: Ik wil graag mijn afspraak verzetten.
Ik kan niet komen, omdat ik moet werken.
A: Wanneer is uw afspraak?
B: Op woensdag 9 december om tien over half elf.
A: Wanneer kunt u wel?
B: Ik kan wel op donderdag 10 december. Dan ben ik de hele dag vrij.
A: Dat kan ook. Kunt u om kwart over negen?
B: Ja, dat is prima.
Dus ik kom op donderdag 10 december om kwart over negen.
A: Ja, precies. We zien u en uw kind dan.
B: Fijn, dank u wel.
A: Tot ziens.
B: Dag.