Draai je tablet om verder te gaan.

15 Het is een jongen!

Wat is zijn naam?

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

het legitimatiebewijs

het ziekenhuis

het bezoekuur

de persoon

de teen

Opnieuw invullen

2

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

brullen

duizend

de centimeter

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Vieren jullie feest bij de ... van een baby?

Vandaag ga ik oppassen op mijn ... Hij heet Sam en is 4 jaar.

John is erg ...: bijna twee meter!

Ik bel je ... terug. Over een paar minuten.

Twee flessen water en vier flessen cola. Het ... is zes flessen.

We hebben een hond gekocht. We ... hem Bo.

Honderd ... is een meter.

Ik heb nog nooit gefietst. Dit is de ... keer.

Gisteren lukte het niet. Vandaag ga ik het ... proberen.

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Is de baby geboren? Dan moet u ... doen bij de gemeente.

Ik ben eindelijk klaar met de toets. Nu ben ik ...

Meneer Tomic is er vandaag niet. Hij is niet ...

De baby ..., omdat hij honger heeft.

Soms slaap ik 6 uur per nacht, soms 10 uur. Het ... is 8 uur.

Na een ... van acht uur is de baby geboren.

Isabel is niet aardig voor haar collega's. Dat vind ik ...

Kunt u het formulier zo snel mogelijk ...?

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

In Nederland sturen mensen vaak een kaartje bij de geboorte van een baby.

Vijfhonderd en vijfhonderd is duizend.

Op mijn legitimatiebewijs staan mijn naam en geboortedatum.

Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Hun moeder is erg ziek. Dat is naar.

Ik heb van 8.00 uur tot 18.00 uur gewerkt. Ik ben doodmoe!

Kun je iets uit het keukenkastje pakken? Het ligt erg hoog en ik ben niet zo lang.

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Hoe noemen jullie de baby? Wat is zijn naam?

Ik koop iets via Marktplaats. De verkoper gaat het naar me opsturen.

Het kind brult de hele tijd. Het mist zijn moeder.

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ben je de eerste in de rij? Dan hoef je niet lang te wachten.

Op het feest zijn veel gasten aanwezig.

Soms komen er 50 klanten per dag, soms 100. Het gemiddelde is 75.

Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Bij een internationaal bedrijf werken mensen uit verschillende landen.

Wilt u afrekenen? Het totaal van alle producten is 18 euro.

Heb je traditionele of moderne meubels in je huis?

Opnieuw invullen

10

Wat hoort bij elkaar?

de aangifte

de gemeente

het bezoekuur

het ziekenhuis

de kleinzoon

de familie

Opnieuw invullen

11

Wat hoort bij elkaar?

de teen

de voet

de baby

de bevalling

internationaal

de wereld

Opnieuw invullen

12

Wat hoort bij elkaar?

nog een keer

nogmaals

de mens

de persoon

modern

traditioneel

Opnieuw invullen

13

Wat hoort bij elkaar?

meteen

dadelijk

heel moe

doodmoe

blij

opgelucht

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.