Draai je tablet om verder te gaan.

Intonatie en zinsaccent

vragen herkennen

1 Oefening deel

Kijk en luister naar de zin. Zeg na en vergelijk.

Klaar?
Kijk en luister naar de zin. Zeg na en vergelijk.

Peter heeft tijd?
Kijk en luister naar de zin. Zeg na en vergelijk.

Morgen vakantie!
Kijk en luister naar de zin. Zeg na en vergelijk.

Morgen vakantie?
Kijk en luister naar de zin. Zeg na en vergelijk.

Anna heeft goed geslapen.
Kijk en luister naar de zin. Zeg na en vergelijk.

Nooit gezien?
Kijk en luister naar de zin. Zeg na en vergelijk.

Nooit gezien!
Kijk en luister naar de zin. Zeg na en vergelijk.

Het gaat goed?
Kijk en luister naar de zin. Zeg na en vergelijk.

Je zit goed.
Kijk en luister naar de zin. Zeg na en vergelijk.

Je zit goed?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.