Luister naar het woord.
Wat hoor je?
brengen
terugbrengen
binnenkomen
komen
opschrijven
schrijven
gaan
weggaan
denken
nadenken
maken
schoonmaken
opengaan
openmaken
krijgen
terugkrijgen
dichtdoen
doen
Luister naar de zin.
Ik breng het boek terug.
Ik terugbreng het boek.
Ik binnenkom nu.
Ik kom nu binnen.
David schrijft op zijn naam.
David schrijft zijn naam op.
Ik wegga straks.
Ik ga straks weg.
We nadenken goed.
We denken goed na.
Julia nodigt ons uit.
Julia uitnodigt ons.
Anna maakt de keuken schoon.
Anna schoonmaakt de keuken.
De deur niet opengaat.
De deur gaat niet open.
Ik maak het pakje open.
Ik openmaak het pakje.
Julia ophaalt haar kinderen.
Julia haalt haar kinderen op.
Zet de woorden op de goede plaats.
Anna gaat om acht uur weg.
Adam doet het raam dicht.
We maken de keuken schoon.
De kinderen ruimen de kamer op.
Mijn hoofdpijn gaat niet over.
Ik doe de deur open.
Ali en Layla geven veel geld uit.
We steken hier over.
John komt de kamer binnen.
U krijgt vier euro terug.
Lees de zin.
Sleep de woorden naar de juiste plek.
We steken de weg over.
De kinderen schrijven hun naam op.
Sofia trekt haar nieuwe trui aan.
De trein komt aan.
We stappen in Amersfoort over.
De pijn gaat niet snel over.
We kijken goed uit.
U krijgt uw boek terug.
Sofia, je kijkt niet goed uit.
Ze geven veel geld uit.
Lees de zinnen.
Welke zin is goed?
Ik meeneem een taart.
Ik neem een taart mee.
Je doet het raam dicht.
Je doet dicht het raam.
We maken het pakje open.
We openmaken het pakje.
De vrouw steekt over de weg.
De vrouw steekt de weg over.
Ik trek aan mijn kleren.
Ik trek mijn kleren aan.
John opschrijft zijn naam.
John schrijft zijn naam op.
De winkels opengaan om 9.00 uur.
De winkels gaan om 9.00 uur open.
De man haalt op zijn zoon.
De man haalt zijn zoon op.
We brengen het boek terug.
We terugbrengen het boek.
Lees de woorden.
Ik vraag een nieuwe pinpas aan.
Anna ruimt de keuken op.
Je moet goed oppassen.
We vullen ons adres in.
We nemen een fles water mee.
De docent doet het raam dicht.
Zijn hoofdpijn gaat niet over.
We stappen snel uit.
Ik stuur de broek terug.
De vader haalt zijn kinderen op.
Dit is de regel:
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.