Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

2.24 het werkwoord met twee delen: ik heb het raam opengedaan

1

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin.

Lees de vraag.

Kies het goede antwoord.

Ben ik klaar met schrijven?

Is het raam open?

Heeft David zijn overhemd aan?

Is de deur dicht?

Heb ik de ring al?

5 van de 5 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

Hij heeft zijn geld niet ...

Ik heb een warme trui ...

Ali heeft zijn zoon bij de basisschool ...

Mohammed heeft zijn moeder naar Marokko ...

We hebben te veel geld ...

Mijn zus heeft een heleboel oude kleren ... 

Julia heeft de deur voor de buurvrouw ...

Heb je het huiswerk goed ...

Ze heeft eten ... 

Sorry, ik heb niet goed ...

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

Mijn vrienden ... een cadeau voor me meegenomen. 

Welke rok ... je aangetrokken?

Het kind ... niet goed uitgekeken. 

Mijn opa ... zijn medicijnen niet ingenomen. 

Waarom ... jullie de tv weggedaan?

Ik ... mijn zoon voor de cursus ingeschreven. 

Mijn zus ... een mooie ring uitgezocht. 

... je het licht overal uitgedaan?

We ... de kinderen naar het zwembad meegenomen. 

Hij ... het huiswerk in zijn agenda opgeschreven. 

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

7

Luister naar de zin. 

Zet de woorden op de goede plaats.

We hebben te veel geld uitgegeven.

Heb je dat boek teruggebracht?

Ik heb een schoon T-shirt aangetrokken.

Sarah heeft haar kind op de basisschoolingeschreven.

Ali heeft het boek teruggebracht.

We hebben over je plan nagedacht.

Ik heb mijn nieuwe jurk aangetrokken.

Heb je het raam al opengedaan?

Sarah en Anna hebben het huiswerk niet opgeschreven.

Je hebt de sleutel niet teruggebracht.

We hebben het licht overal uitgedaan.

11 van de 11 goed.
Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Anna heeft nieuwe meubels ...

Ik heb de deur goed ...

Ze heeft de medicijnen ... 

Hoeveel geld heb je ...

Julia heeft het huiswerk ...

Hebben jullie wel goed ...

De docent heeft lang ... 

Ze hebben het raam ... 

Ik heb eten voor vanavond ...

Wat hebben jullie veel geld ... 

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Mijn man ... een cadeau voor me  meegenomen.

Mijn zus ... een mooie jurk aangetrokken.

Mijn ouders ... soep voor ons meegenomen. 

Julia ... haar oude tv weggedaan.

... jullie je kind voor de zwemles ingeschreven?

We ... te veel geld uitgegeven. 

... je dat boek al teruggebracht?

Ik ... de deur goed dichtgedaan.

Waarom ... jullie het huiswerk niet opgeschreven?

We ... het licht overal uitgedaan. 

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

10

Lees de zin. 

Sleep het woord naar de juiste plek.

We hebben   de kinderen meegenomen.

Ik heb   vijftig euro teruggekregen.

We hebben   jullie nieuwe adres opgeschreven.

Layla heeft   de deur goed dichtgedaan.

Hij heeft   een schoon overhemd aangetrokken.

Layla heeft   geen medicijnen ingenomen.

Mijn dochtertje heeft   een klein poesje uitgezocht.

Ik heb   de deur opengedaan.

Mijn vriendin heeft   een cadeau voor me meegenomen.

Ali heeft   lang nagedacht.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

11

Lees de zinnen.

Welke zin is goed?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

12

Lees de woorden.

Zet de zinnen op de goede plaats.

Ik heb het adres opgeschreven.

De kinderen hebben goed uitgekeken.

Ik heb een cadeau meegenomen.

Julia heeft mooie bloemen uitgezocht.

We hebben veel geld uitgegeven.

Mohammed heeft zijn oude telefoon weggedaan.

Mijn vrouw heeft alle ramen dichtgedaan.

Ali heeft zijn zoon ingeschreven.

Anna heeft een mooie trui aangetrokken.

Sofia heeft de keukendeur opengedaan.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

opendoen  
Ik doe het raam open. Ik heb het raam opengedaan.
   
terugbrengen  
We brengen het boek terug. We hebben het boek teruggebracht.

 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.