Dit is de regel:
|
dichtdoen
|
|
| Ik doe het raam dicht. |
Ik deed het raam dicht. |
| |
|
|
weggaan
|
|
| Hij gaat op tijd weg. |
Hij ging op tijd weg. |
| |
|
|
opschrijven
|
|
| We schrijven het adres op. |
We schreven het adres op. |
Dichtdoen en weggaan zijn onregelmatige werkwoorden.
Er zijn veel onregelmatige werkwoorden.
Bijvoorbeeld: aantrekken, uitgeven, weggaan, terugkomen, uitzoeken, inschrijven, opstaan.