Luister naar de zin.
Wat hoor je?
Ik ben blij je te zien.
Ik ben blij om je te zien.
We gaan naar de markt vis halen.
We gaan naar de markt om vis te halen.
Hebben jullie zin om bij ons te eten?
Hebben jullie zin bij ons te eten?
Ik eet veel groenten en fruit om gezond te blijven.
Ik eet veel groenten en fruit om gezond blijven.
Ik loop naar de keuken om een glas pakken.
Ik loop naar de keuken om een glas te pakken.
Je hebt het bonnetje nodig om te ruilen.
Je hebt het bonnetje nodig om ruilen.
Ik vind het wel leuk om te komen naar je huis.
Ik vind het wel leuk om naar je huis te komen.
We moeten rennen om de trein te halen.
We moeten rennen om te halen de trein.
Vind je het gezellig om samen te winkelen?
Vind je het gezellig om te samen winkelen?
Ik vind het fijn om te zien mijn familie.
Ik vind het fijn om mijn familie te zien.
Zet de woorden op de goede plaats.
We vinden het leuk om met jullie te eten.
Heb je zin om vanavond bij ons te eten?
Heb je tijd om me te helpen?
Ik vind het fijn om naar de sportschool te gaan.
Ik ga naar boven om de baby te halen.
Ali is van plan om een fiets te kopen.
Anna vindt het leuk om op haar broertje te passen.
Gaan jullie naar Marokko om de familie te bezoeken?
Ik vind het gezellig om samen tv te kijken.
We hebben geen zin om naar huis te gaan.
Lees de zinnen.
Welke zin is goed?
Vind je het fijn om naar een film te kijken?
Vind je het fijn om naar een film kijken?
We zijn van plan om zaterdag naar Amsterdam gaan.
We zijn van plan om zaterdag naar Amsterdam te gaan.
Ik ben blij om jullie zien.
Ik ben blij om jullie te zien.
We gaan naar de stad om te kopen kleren.
We gaan naar de stad om kleren te kopen.
Mohammed gaat naar de Aldi om rijst te halen.
Mohammed gaat naar de Aldi om te halen rijst.
Ik vind het gezellig om boodschappen doen.
Ik vind het gezellig om boodschappen te doen.
Ik vind het vervelend om te laat te komen.
Ik vind het vervelend om te komen te laat.
Hebben jullie zin om een kopje koffie te drinken?
Hebben jullie zin om te drinken een kopje koffie?
Heb je tijd om te repareren de wasmachine?
Heb je tijd om de wasmachine te repareren?
We nemen de bus om te gaan naar het station.
We nemen de bus om naar het station te gaan.
Lees de woorden.
Heb je tijd om te koken?
Ali gaat naar de markt om fruit te kopen.
Ik fiets graag om een beetje beweging te krijgen.
Heb je zin om naar de stad te gaan?
Ik heb geen zin om naar bed te gaan.
Ik ben van plan om met de bus te gaan.
We gaan naar Turkije om onze familie te bezoeken.
Ik vind het fijn om je tezien.
Ik lig in de zon om bruin te worden.
Anna belt de kapper om een afspraak te maken.
Dit is de regel:
Kijk naar de plaats van 'om' en 'te'.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.